Duurzame ontwikkeling

Inleiding
 
Het concept duurzame ontwikkeling werd voor het eerst gedefinieerd in een verslag opgesteld op verzoek van de Verenigde Naties in 1987 door de Wereldcommissie voor Milieu en Ontwikkeling. Dit is een commissie van internationale deskundigen onder het voorzitterschap van de Noorse Eerste Minister Gro Harlem Brundtland, beter bekend onder de benaming 'Brundtland-Commissie'.
 
"Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden zonder de behoeftevoorziening van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen".
 
Daarvan uitgaand, hebben twee Canadese onderzoekers de techniek van de 'ecologische voetafdrukken' uitgedacht. Die methode houdt rekening met de consumptie en het afval van elk land. Het is de bedoeling om de som te maken van het aantal hectaren grond dat nodig is voor het herstellen van het milieu.
 
Zo hebben onderzoekers kunnen vaststellen dat de Verenigde Staten de 'grootste voeten' hebben met een afdruk van negen hectare per persoon. België is zuiniger, de consumptie bedraagt 'slechts' vijf hectare per individu. Daartegenover staat dat de wereldburger een gemiddelde heeft van 2,3 hectare (de voetafdruk van een Indiër bedraagt slechts 1,7 hectare).

We moeten dus vaststellen dat wij, Westerlingen, op een veel te grote voet leven. Het probleem stelt zich dus als volgt: we verbruiken teveel en de verdeling tussen Noord en Zuid is verre van billijk.
 
Het beginsel duurzame ontwikkeling beoogt de verzoening van uiteenlopende domeinen zoals economie en ecologie, mét een billijke verdeling onder de generaties en tussen Noord en Zuid.
Het is zo dat de fundamentele economische activiteiten geen rekening houden met milieubeperkingen. Op termijn tasten ze hun eigen voedingsbodem aan en brengen zo ook de ecologische basis in gevaar van de bronnen die de toekomstige generaties moeten toelaten in hun eigen behoeften te voorzien.